Hoe kun je iets aan extravert gebouw als het stadhuis van Alphen aan de Rijn toevoegen.
Het was voor het ontwerpen van een museum van groot belang om gedegen om te gaan met de
aandacht die het stadhuis als vanzelf naar zich toe trekt. Het introverte ontwerp heeft
een uitgebalanceerde relatie met het bijzonder extraverte stadhuis. Op de plekken waar
de ronde vormen van het stadhuis het minst voelbaar zijn treed juist het museum met zijn
introverte gevels naar voren. Mensen die zich in het service centrum van het stadhuis begeven
worden op verschillende punten in aanraking gebracht met het museum. De ingang is aan het
balkon gelegen en loopbruggen schieten in de lucht boven de mensen door. Doch de gevels van
het museum blijven verder geheel gesloten. Het introverte karakter wat het museum daarmee
krijgt doet een beroep op de nieuwsgierigheid van de bezoekers van het service centrum.
De aardlagen in de gevels zijn een metafoor voor de in het museum tentoongestelde archeologievondsten.
De drie verschillende driehoeken herbergen allen andere functies binnen het museum.
De middelgrote driehoek wordt als eerst betreden en herbergt de entree, de winkel,
bibliotheek en een auditorium. De grote driehoek herbergt de ruimtes voor opslag, restauraties,
kantoren met daarboven twee verdiepingen museumzalen. De kleinste driehoek bevat de machinekamers
die van groot belang zijn voor een museum. Door toepassing van golvende "blob"-vloeren in de
expositieruimtes ontstaan interessante ruimtes en krijgt de bezoeker het gevoel zich diep in de grond te
bevinden.